Algemene voorwaarden

Algemene Voorwaarden Tamas Advocatuur

Toepasselijkheid

1.Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle opdrachten, die de cliënten aan Tamas Advocatuur verstrekken.

2.Deze algemene voorwaarden zijn ook van toepassing op eventuele aanvullende opdrachten en vervolgopdrachten van cliënten aan Tamas Advocatuur.

Opdrachten

3.Nadat door de cliënten aan Tamas Advocatuur een opdracht is verstrekt, komt enkel een opdrachtovereenkomst tot stand, wanneer deze schriftelijk, dan wel mondeling is aanvaard/bevestigd.

4.De cliënten stemmen ermee in, dat er in overleg met cliënten (bepaalde delen van) de opdracht laat uitvoeren door een andere advocaat dan de advocaat verbonden aan Tamas Advocatuur.

5.De werking van de artikelen 7:404, 7:407 lid 2 en 7:409 BW wordt uitgesloten.

6.De uitvoering van de opdrachten door Tamas Advocatuur geschiedt uitsluitend ten behoeve van cliënten.

7.Derden kunnen aan de inhoud van de verrichtte werkzaamheden geen rechten ontlenen. De cliënten vrijwaren Tamas Advocatuur tegen vorderingen van derden, die stellen schade te hebben geleden door of verband houdende met door Tamas Advocatuur ten behoeve van cliënten verrichte werkzaamheden.

8.Tamas Advocatuur zal eerst na overleg met cliënten, derden inschakelen, zoals een deurwaarder of een advocaat. Tamas Advocatuur zal bij het inschakelen van derden de nodige zorgvuldigheid aan de dag leggen, doch kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van de handelswijze van voornoemde derde(n).

9.Tamas Advocatuur zal zich inspannen het door de cliënten gewenste resultaat te bereiken, doch garandeert niet dat dit resultaat wordt bereikt.

10.Tamas Advocatuur zal zich bij de uitvoering van de opgedragen werkzaamheden alleen laten leiden door het belang van cliënten. Daarbij zal de geldende regelgeving wel in acht worden genomen, waaronder de gedragsregels voor advocaten en de verordeningen en richtlijnen van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Kosten rechtsbijstand

11.Tamas Advocatuur verleent diensten aan cliënten, afhankelijk van hun financiële situatie, vooral op basis van de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, en vooral alleen op rechtsgebieden op welke Tamas Advocatuur bij de Orde van Advocaten ingeschreven is en op welke rechtsgebieden door de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging wordt verleend aan Tamas Advocatuur. Deze wijze van dienstverlening wordt bij de aanvaarding van de opdracht mondeling besproken, dan wel schriftelijk vastgelegd.

12.Voor de aanvraag voor de cliënten van deze vorm van rechtsbijstand, zijn de cliënten verplicht Tamas Advocatuur hun BSN-nummer, burgerlijke staat en de leeftijd van de kinderen die bij hen inwonen, terstond bekend te maken, almede hun paspoort of ID-kaart te laten zien, en ook afschriften van jaaropgaven en inkomstenbewijzen terstond te laten zien. Als deze bescheiden door de cliënten niet terstond ter beschikking worden gesteld aan Tamas Advocatuur, dan kan Tamas Advocatuur de kosten van de rechtsbijstand op de cliënten zelf verhalen.

13.Ook in het geval van toekenning door de Raad voor Rechtsbijstand aan cliënten van de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, zal de Raad voor de Rechtsbijstand niet alle kosten van de door Tamas Advocatuur verleende rechtsbijstand vergoeden. Afhankelijk van de hoogte van de fiscale inkomsten van de cliënten, zal voor de cliënten een eigen bijdrage worden vastgesteld. Deze eigen bijdrage zal door de cliënten als voorschot onverwijld moeten worden betaald aan Tamas Advocatuur. Naast de eigen bijdrage zijn cliënten voor wie door Tamas Advocatuur de diensten op basis van gefinancierde rechtsbijstand worden verleend, ook de griffierechten en de kosten van aangetekende brieven, uittreksels, van het legaliseren van documenten ect. verschuldigd zijn aan Tamas Advocatuur. Deze kosten moeten door de cliënten eveneens als voorschoot terstond betaald worden aan Tamas Advocatuur.

14.Als na de toestemming door de Raad voor Rechtsbijstand voor de verlening van rechtsbijstand aan cliënten op basis van de financiering door de overheid, deze toestemming alsdan op grond van resultaatsbeoordeling door de Raad van Rechtsbijstand wordt ingetrokken, dan kan Tamas Advocatuur de kosten van rechtsbijstand op de cliënten zelf verhalen.

15.Voor de uitvoering van een opdracht, als cliënten niet in aanmerking komen voor de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand (dit is het geval bijvoorbeeld indien de fiscale inkomen van de cliënten of hun gezamenlijk inkomen met hun partner, echtgenoot en/of echtgenote hoger is dan het maximum van de grens zoals is vastgesteld door de Raad voor Rechtsbijstand, en indien onder 11 van deze voorwaarden vermelde bescheiden niet tijdig zijn ingeleverd en/of ter beschikking gesteld door de cliënten aan Tamas Advocatuur) of in de gevallen, zoals vermeld onder 13 en 14 in deze voorwaarden, en/of indien de cliënten uitdrukkelijk verklaard hebben geen gebruik te willen maken van de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, zijn de cliënten aan Tamas Advocatuur honorarium, vermeerderd met kantoorkosten en BTW, verschuldigd. Onder kantoorkosten wordt verstaan de niet te specificeren kantoorkosten, zoals porti, telefoon, telefax, fotokopieën etc. Deze kantoorkosten worden forfaitair vastgesteld op 5% van het bedrag van afgesproken honorarium.

16.Daarnaast komen eventuele verschotten voor rekening van de cliënten. Onder verschotten wordt verstaan kosten, zoals vastrecht (griffierecht), deurwaarderskosten, de kosten van procesadvocaat en dergelijke.

17.Tenzij anders overeengekomen, wordt het aan Tamas Advocatuur toekomende honorarium berekend op basis van de ten kantore geldende uurtarief van € 200,- (incl. 21% BTW).

18.Tamas Advocatuur is gerechtigd voornoemde uurtarief jaarlijks op 1 januari te wijzigen.

19.Ten aanzien van het honorarium is Tamas Advocatuur gerechtigd een voorschot in rekening te brengen aan cliënten. Dit voorschot zal bij tussentijdse declaraties dan wel bij de einddeclaratie worden verrekend.

20.Als er geen voorschot in rekening is gebracht, zal het honorarium regelmatig tussentijds worden gedeclareerd aan cliënten.

Betaling

21.Betaling van de declaraties dient door de cliënten, zonder aftrek, korting of schuldverrekening, te geschieden binnen 14 dagen na declaratiedatum. Bij overschrijding van deze termijn zijn de cliënten vertragingsrente gelijk aan de geldende wettelijke rente verschuldigd aan Tamas Advocatuur.

22.De kosten verbonden aan de betaling komen voor rekening van de cliënten.

23.Betalingen van de cliënten houdt erkenning van de verschuldigdheid van de declaratie(s) in.

24.Als Tamas Advocatuur, zelf dan wel door middel van derden, invorderingsmaatregelen neemt jegens de cliënten, dan komen de kosten hiervan voor de rekening van cliënten.

25.De ontvangen gelden strekken eerst in mindering op de onder 15 van de voorwaarden bedoelde kosten, vervolgens op de verschenen rente en ten slotte op de hoofdsom en de lopende rente.

26.Als de cliënten in verzuim zijn met de betaling van de declaratie(s), heeft Tamas Advocatuur naast de onder 24 genoemde invorderingsmogelijkheden het recht om haar werkzaamheden ten behoeve van de cliënten op te schorten en het dossier van de cliënten onder zich te houden. Tamas Advocatuur is slechts bevoegd gebruik te maken van dit opschortingsrecht, nadat de cliënten daarvan van tevoren op de hoogte zijn gesteld, en nadat de cliënten nog een korte termijn is geboden om alsnog aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Tamas Advocatuur aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade, die de cliënten lijden, welke ontstaat als gevolg van een opschorting van de werkzaamheden, zoals hier bedoeld.

27.Door Tamas Advocatuur worden onder geen beding contante betalingen aanvaard en worden evenmin door Tamas Advocatuur contante betalingen verricht.

Aansprakelijkheid

28.De aansprakelijkheid van Tamas Advocatuur is steeds beperkt tot het bedrag of bedragen waarop de door Tamas Advocatuur gesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering aanspraak geeft, vermeerderd met het eigen risico dat Tamas Advocatuur in verband met die verzekering draagt. Tamas Advocatuur is verzekerd met schadepolis-nummer V0100085123-0 voor beroepsaansprakelijkheid, dat tevens een uitloopverzekering is, bij AON Nederland C.V. Aon Risk Solutions, P.O. Box 518 3000 AM Rotterdam | Admiraliteitskade 62, 3063 ED Rotterdam, The Netherlands t +31 (010) 448 8911.

29.Als om welke reden dan ook geen uitkering op grond van voormelde verzekering zal plaatsvinden, is iedere aansprakelijkheid beperkt tot het door Tamas Advocatuur in de desbetreffende zaak in het desbetreffende jaar in rekening gebracht honorarium exclusief overige kosten.

Derdengelden

30. Door Tamas Advocatuur worden er geen gelden van cliënten onder zich gehouden of geplaatst op een bankrekening van een derdenrekening. Tamas Advocatuur draagt zorg, dat alle gelden die alleen voor de cliënten bestemd zijn en bij welke transactie Tamas Advocatuur betrokken is, overgemaakt worden op een door de cliënten opgegeven bankrekening.

Processtukken, correspondentie en belangrijke beslissingen

31.De cliënten op verzoek, ontvangen van Tamas Advocatuur van alle processtukken en inhoudelijke brieven een afschrift. Belangrijke beslissingen en belangrijke (concept) processtukken worden steeds, tenzij praktisch niet goed mogelijk is, vooraf met de cliënten besproken. 

Regels betreffende werkwijze van Tamas Advocatuur

32.Tamas Advocatuur werkt met afsprakensysteem. Cliënten die zonder afspraak op het kantoor van Tamas Advocatuur verschijnen, zullen mogelijk niet kunnen worden ontvangen. Als de cliënten niet kunnen verschijnen op de gemaakte afspraak(en), zijn de cliënten verplicht zo spoedig mogelijk en tijdig de gemaakte afspraak af te zeggen en indien nodig een nieuwe afspraak te maken. Tamas Advocatuur is op werkdagen tussen 09,00 uur en 13,00 uur en ook tussen 14,00 uur en 17,00 uur telefonisch bereikbaar. Voort is Tamas Advocatuur uiteraard bereikbaar voor de cliënten ook nog met correspondentie, middels E-mail en WhatsApp berichten.

33.Als de cliënten verzocht worden door Tamas Advocatuur om bescheiden in te leveren in verband met hun opdracht, dan dienen cliënten zo spoedig mogelijk na het verzoek en/of uiterlijk binnen enkele dagen na het verzoek de gevraagde bescheiden in te leveren op het kantoor van Tamas Advocatuur of middels E-mail of WhatsApp berichten. Als de cliënten originele bescheiden inleveren, dan zijn de cliënten verplicht dit gegeven uitdrukkelijk kenbaar te maken aan Tamas Advocatuur.

34.De cliënten zijn verplicht Tamas Advocatuur zo snel mogelijk en tijdig te informeren in geval van verhuizing, verblijf in het buitenland voor langere periode, langdurige ziekte en verandering van hun telefoonnummer en E-mailadres, dan wel wijziggingen met betrekking tot de opdracht. 

35.De cliënten zijn voorts verplicht Tamas Advocatuur zo spoedig mogelijk en tijdig te informeren van de belangrijke veranderingen en ontwikkelingen, welke direct of indirect verband houden met hun opdracht aan Tamas Advocatuur.

36.Het niet nakomen van deze verplichtingen door cliënten tot beëindiging van de opdracht door Tamas Advocatuur zal leiden.

Archivering

37.Na het einde van de opdracht worden de in het dossier aanwezige originele stukken op verzoek aan cliënten verstrekt/teruggegeven. Het dossier wordt gedurende de wettelijke termijn doorgaans van vijf (5) jaren na het einde van de zaak digitaal bewaard. Het dossier of kopieën van stukken uit het dossier kunnen op verzoek, gedurende deze periode en tegen vergoeding van de werkelijk te maken kosten door Tamas Advocatuur, aan cliënten afgegeven.

Klachten- en geschillenregeling

Interne klachtprocedure

38.Alvorens een klacht van een klager wordt voorgelegd aan de Geschillencommissie Advocatuur, dient de klager de klacht in te dienen bij de door Tamas Advocatuur aangewezen klachtenfunctionaris, mr. drs. R. Dhalganjansing, werkzaam als advocaat bij het Advocatenkantoor Mr. Drs. R. Dhalganjansing, gevestigd aan de Calliopestraat 562511GH’s-Gravenhage, tel. 070 345 3433, e-mail: advocaatdhalganjansing@hotmail.com, Website: http://www.dhalganjansing.com.

39.De klager dient de klacht aan deze klachtenfunctionaris voor te leggen binnen drie maanden na het moment, waarop er kennis is genomen of er redelijkerwijs kennis had kunnen worden genomen van het handelen of het nalaten, dat tot een klacht aanleiding heeft gegeven.

40.De klachtenfunctionaris zal binnen vier weken na binnenkomst van de klachten, een oplossing schriftelijk aan de klager uiteenzetten. Als de klacht binnen de gestelde termijn niet of niet naar tevredenheid van cliënten is opgelost, dan kan de klager de klacht indienen bij de Geschillencommissie Advocatuur.

41.De klager kam de klacht uiterlijk twaalf maanden na de schriftelijke reactie van de klachtenfunctionaris voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur. Daarna vervalt deze mogelijkheid.

42. Tamas Advocatuur verwijst voor nadere details over de interne klachtenprocedure naar de Bijlage I van deze algemene voorwaarden: ‘Kantoorklachtenregeling Tamas Advocatuur’, die integraal deel uitmaakt van de algemene voorwaarden van Tamas Advocatuur en als zodanig gepubliceerd is op de website van Tamas Advocatuur: www.tamasadvocatuur.nl.

Geschillencommissie Advocatuur

43.Tamas Advocatuur neemt deel aan de klachten- en geschillenregeling Geschillencommissie Advocatuur. Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van de totstandkoming of uitvoering van een opdracht, inclusief declaratiegeschillen, zullen worden beslecht conform het Reglement Geschillencommissie. Het Reglement Geschillencommissie Advocatuur is te consulteren via https://www.degeschillencommissie.nl/wp-content/uploads/adv-reglement.pdf. Door het aangaan van een opdracht met Tamas Advocatuur aanvaarden de cliënten de toepasselijkheid van de Klachten- en geschillenregeling advocatuur van de Geschillencommissie Advocatuur.

44.De Geschillencommissie Advocatuur behandelt klachten van particuliere cliënten tegen advocaten, waaronder klachten in verband met onvrede over de kwaliteit van de dienstverlening, over de hoogte van de rekening van de advocaat (declaratiegeschil), klachten met een schadevergoeding tot € 10.000, - (klachten ingediend t/m 31 december 2021) en met een schadevergoeding tot € 25.000, - (klachten ingediend op of na 1 januari 2022).

45.Tamas Advocatuur kan ook onbetaalde declaraties voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur.

46.De Geschillencommissie Advocatuur is gevestigd te ’s-Gravenhage aan de Surinamestraat 24 (2585 GJ) en op telefoonnummer 070-3105310.

Tuchtrechtspraak

47. Tamas Advocatuur is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg, die een advocaat behoort te betrachten ten opzichte van degenen wier belangen als zodanig behartigt of behoort te behartigen, ter zake van inbreuken op het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Wet kwaliteit incassodienstverlening, de verordeningen van de Nederlandse orde en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Deze tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de raden van discipline en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het hof van discipline.

48. Een gedetailleerde beschrijving van de wijze, waarop deze tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend  voor Tamas Advocatuur in de eerste aanleg door de raden van discipline en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het hof van discipline in overeenstemming met de bepalingen van artikelen 46 tot en met 60aa van de Advocatenwet is te vinden in de Bijlage II van deze algemene voorwaarden: ‘De tuchtrechtspraak voor Tamas Advocatuur conform artikelen 46 t/m 60aa Advocatenwet’, welke bijlage integraal deel uitmaakt van de algemene voorwaarden van Tamas Advocatuur en als zodanig gedupliceerd is op de website van Tamas Advocatuur: www.tamasadvocatuur.nl.

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)

49.Bij het vermoeden van een andere uiteindelijke belanghebbende dan de rechtszoekende zelf, of van feiten en omstandigheden die duiden op verdachte transacties, wordt de opdracht door Tamas Advocatuur niet aanvaard. Als er geconstateerd wordt dat van Tamas Advocatuur Wwft-dienst wordt verlangd, dan wordt dat dienst niet verleend en verder ook geen welke soort dan ook zakelijke relatie aangegaan. Evenmin worden door Tamas Advocatuur contante betalingen aanvaard, ook als er sprake is van betaling van de eigen bijdrage.

50. Het eerste oriënterend gesprek van Tamas Advocatuur met een (toekomstig) cliënt is vrijgesteld van Wwft-verplichtingen.

51.De Wwft is van toepassing bij het geven van een advies of bijstand bij: aan- of verkoop van registergoederen; beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden; het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer daarvan; aan- of verkoop van aandelen in, of het geheel of gedeeltelijk aan- of verkoop dan wel overname van ondernemingen, vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van de in artikel 1a lid 4 onderdeel a beschreven beroepsgroepen; het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed; of als er wordt opgetreden in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie.

52. Als een zaak onder de procesvrijstelling van artikel 1a lid 5 Wwft valt, dan is Tamas Advocatuur niet gehouden het cliëntenonderzoek op grond van Wwft te verrichten, en bestaat er onder meer geen verplichting om ongebruikelijke transacties te melden aan de Financiële Intelligence Unit (FIU-Nederland). Van procesvrijstelling is er sprake, wanneer voor een cliënt door Tamas Advocatuur werkzaamheden worden verricht over de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. De procesvrijstelling in de Wwft is echter restrictief bedoeld. Bij twijfel – en bij andere vragen over de toepassing van de Wwft in de praktijk – dient daarom door Tamas Advocatuur contact te worden opgenomen met het Kenniscentrum Wwft.

53.Ongeacht of er al dan niet sprake is van een op Wwft lijkende dienstverlening, dient elke mogelijke cliënt door Tamas Advocatuur te worden geïdentificeerd op grond van artikel 7 van Verordening op Advocatuur (Voda), dat luidt als volgt: “Bij aanvaarding van de opdracht vergewist de advocaat zich van de identiteit van de cliënt en in voorkomend geval ook van de identiteit van de tussenpersoon die de opdracht namens de cliënt verstrekt, tenzij de aard of de omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.” Niet alleen de identificatie door Tamas Advocatuur van client, maar ook van diens formele vertegenwoordiger dient plaats te vinden, zowel bij advies als in zaken, waarin procesbijstand wordt verleend. Er dient door Tamas Advocatuur ook te worden nagegaan of degene die de cliënt vertegenwoordigt, daartoe wel of niet bevoegd is.

54.De identificatie wordt door Tamas Advocatuur geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bronnen. Uit artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wwft volgt, dat het gaat om documenten zoals: een geldig paspoort; een geldige Nederlandse identiteitskaart; een geldige identiteitskaart die is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat, en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder; een geldig Nederlands rijbewijs; een geldig rijbewijs, dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder; reisdocumenten voor vluchtelingen en vreemdelingen en vreemdelingendocumenten, afgegeven op grond van de Vreemdelingenwet 2000.

55.Het is verplicht voor Tamas Advocatuur om het originele document in te zien en niet een opgestuurde kopie.

56.Tamas Advocatuur dient bij het aangaan van de zakelijke relatie ook de UBO-registratie (ultimate beneficial owner) te controleren (opvragen UBO-uittreksel cliëntenonderzoek) en dient ervoor te zorgen, dat de UBO-gegevens tijdens de zakelijke relatie worden geactualiseerd. Als Tamas Advocatuur constateert, dat de UBO niet correct is geregistreerd, heeft Tamas Advocatuur op grond van de Wwft een terugmeldplicht. Voor alle duidelijkheid: op het UBO-register mag door Tamas Advocatuur niet worden afgegaan. Het is bedoeld als informatiebron voor ‘het publiek’, niet voor Wwft-plichtige ondernemingen. Dit betekent dat de Tamas Advocatuur eigen onderzoek moet doen naar de vraag wie de UBO’s zijn. Een terugmelding dor Tamas Advocatuur hoeft niet plaats te vinden als de cliënt de discrepantie wegneemt of zelf zorgdraagt voor registratie van de juiste informatie in het UBO-register.

57.De terugmelding door Tamas Advocatuur moet worden gedaan aan de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel onderzoekt de melding en kan beslissen het UBO-register aan te passen. De tot opgave plichtige persoon wordt vervolgens daarover geïnformeerd en krijgt de mogelijkheid om de informatie in het register te controleren. In het UBO-register wordt gedurende het onderzoek geregistreerd dat het gegeven in onderzoek is.

58.De terugmeldplicht van Tamas Advocatuur op grond van artikel 10c Wwft moet niet worden verward met de meldplicht van ongebruikelijke transacties aan FIU-Nederland op grond van artikel 6 Wwft. In beide gevallen is de geheimhoudingsplicht van advocaten en notarissen buiten toepassing verklaard. De terugmeldplicht voor Tamas Advocatuur geldt niet tijdens het eerste oriënterend gesprek. Cliënten kunnen immers te allen tijde vrij met een advocaat of notaris spreken om de rechtspositie te bepalen, zolang er dan nog geen inhoudelijke werkzaamheden (advies) worden verricht.

59.Als sprake is van een Wwft-plichtige dienst, en geconstateerd wordt, dat er een ongebruikelijke transactie is verricht, dan wel is voorgenomen, is Tamas Advocatuur verplicht onverwijld de melding ongebruikelijke transactie doen bij de Financial Intelligence Unit (www.fiu.nl). Voor zover een melding ongebruikelijke transactie terecht wordt gedaan en sprake is van een Wwft-plichtige dienst, doorbreekt zo’n melding de geheimhoudingsplicht van Tamas Advocatuur, zoals bedoeld in de Advocatenwet. Reeds om die reden is het van groot belang om door Tamas Advocatuur correct vast te stellen of van een Wwft-plichtige dienst sprake is. Bij het overschrijden in een transactie voor een bedrag van € 10.000, – of meer, betaald aan of door tussenkomst van Tamas Advocatuur in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen, dient Tamas Advocatuur een melding te doen van de transactie(s). Tamas Advocatuur dient echter de melding vertrouwelijk te behandelen, zowel ten opzichte van de (toekomstige) cliënt als derden.

60.Artikel 17 van de Wwft bepaalt, dat FIU Nederland gegevens of inlichtingen kan opvragen over de door Tamas Advocatuur gedane melding ongebruikelijke transactie. Tamas Advocatuur is gehouden die informatie en inlichtingen te verstrekken. In zoverre geldt voor Tamas Advocatuur geheimhoudingsplicht dan niet. Wel geldt ook hier dat de informatie of inlichtingen betrekking moeten hebben op (alleen) de Wwft-dienst(en) die van Tamas Advocatuur worden gevraagd.

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

61.De AVG laat voor Tamas Advocatuur het maken van een kopie van het identiteitsbewijs van een natuurlijk persoon alleen toe als daar een wettelijke grondslag voor is. De verificatie van de cliënt en diens vertegenwoordiger op grond van de Wwft kan een zodanige grondslag zijn.  Wel dient het BSN-nummer te worden afgedekt, aangezien dat niet door Tamas Advocatuur mag worden verwerkt. Als op een opdracht de Wwft niet van toepassing is, is het kopiëren van het identiteitsbewijs niet toegestaan en is aan te bevelen een verklaring op te stellen waarin de gegevens van het identiteitsbewijs worden vermeld.

62.De AVG is van toepassing op het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De grondslag voor verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de AVG, is hier de Wwft (wettelijke grondslag), wat onverlet laat dat de bepalingen van de AVG van toepassing zijn (onder andere dataminimalisatie, verplichting betrokkenen te informeren).

63.In de Wwft zijn enkele extra bepalingen over gegevensbescherming opgenomen, onder andere het verbod voor Tamas Advocatuur om de in het kader van het Wwft-cliëntenonderzoek verkregen persoonsgegevens voor commerciële doeleinden te gebruiken.

Gegevens van cliënten en AGV 

64.Tamas Advocatuur verzamelt gegevens, die noodzakelijk zijn om onze juridische diensten te kunnen aanbieden. Afhankelijk van de relatie verzamelt Tamas Advocatuur verschillende typen persoonsgegevens voor verschillende doeleinden.

65.Van particuliere cliënten verzamelt Tamas Advocatuur gegevens zoals volledige naam; adres en woonplaats; Identiteitsbewijs (identiteitskaart, paspoort of rijbewijs), waarin het BSN-nummer onleesbaar dient te worden gemaakt; E-mailadres; Telefoonnummer; Bankgegevens; Jaaropgaven; Persoonsgegevens die voorkomen in de door de cliënt verstrekte documenten t.b.v. de juridische dienstverlening door Tamas Advocatuur.

66.Tamas Advocatuur gebruikt de bovenstaande gegevens om cliënten te identificeren, contact met hen op te nemen en te onderhouden, betalingen te controleren, de lijst met openstaande facturen bij te houden, en natuurlijk voor het verlenen van juridische diensten zoals advisering, bemiddeling en het voeren van (gerechtelijke) procedures ten behoeve van de cliënten.

67.De website van Tamas Advocatuur maakt gebruik van cookies. Meer informatie hierover vindt u in de cookie-instellingen op de website. Daar kunt u ook uw cookiekeuzes beheren.

68.Tamas Advocatuur verwerkt de persoonsgegevens ter sluiting en uitvoering van een overeenkomst, waarbij een cliënt partij is bij de verlening van juridische diensten, om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op Tamas Advocatuur rust, zoals de regels van de Nederlandse Orde van Advocaten of van de Belastingdienst, ter behartiging van een gerechtvaardigd belang van Tamas Advocatuur of dat van een derde. De belangen van Tamas Advocatuur zijn er onder andere het verstrekken van informatie als contact met Tamas Advocatuur wordt opgenomen en voor het verschaffen van diensten door Tamas Advocatuur, met de toestemming van cliënten, bijvoorbeeld wanneer Tamas Advocatuur cliënten vraagt om hun gegevens met een derde te mogen delen. Deze toestemming kan door cliënten in de regel weer ingetrokken worden door contact met Tamas Advocatuur op te nemen.

69.Tamas Advocatuur deelt in beginsel de persoonsgegevens niet met derden. Op deze regel bestaan enkele uitzonderingen bij inschakeling van een deskundige ten behoeve van een zaak (denk hierbij aan een expert, een accountant, notaris of een advocaat voor een second opinion); ingeval van een gerechtelijke procedure of correspondentie met de wederpartij; ingeval Tamas Advocatuur hiertoe verplicht is, bijvoorbeeld in het kader van de voorkoming of opsporing van strafbare feiten en waar Tamas Advocatuur nodig en/of wettelijk verplicht is. Tamas Advocatuur sluit als dat geval met derden een overeenkomst waarin afgesproken wordt dat de persoonsgegevens voldoende worden beveiligd. Tamas Advocatuur verstrekt persoonsgegevens niet aan derden voor marketingdoeleinden.

70.Tamas Advocatuur heeft passende technische en organisatorische maatregelen genomen om de persoonsgegevens te beschermen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking (hacken).

71.De gegevens worden door Tamas Advocatuur niet langer bewaard dan noodzakelijk voor het doel, waarvoor de persoonsgegevens zijn verkregen. In sommige gevallen worden de gegevens minimaal voor de duur bewaard, waartoe volgens de wet of de beroepsregels verplichting is tot bewaring.

72.Dossiers worden gedurende 5 jaar na het sluiten van het dossier/zaak bewaard. Gegevens die nodig zijn voor de Belastingdienst worden 7 tot 10 jaar bewaard.

73.Cliënten hebben het recht: om informatie op te vragen over de verwerkingen van hun persoonsgegevens; het recht om persoonsgegevens over te laten dragen aan een andere partij (dataportabiliteit); het recht om persoonsgegevens te wijzigen; het recht om hun toestemming in te trekken; het recht op beperking van de verwerking; het recht om gegevens te laten verwijderen; het recht om bezwaar te maken tegen de verwerking; het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De verzoeken moeten worden gericht aan Tamas Advocatuur per brief of via mail.  Bezoek -en Postadres: Tamas Advocatuur (mr. drs. Emil Tamas), Zuid-Hollandlaan 7 te 2596 AL Den Haag Nederland; Telefoonnummer: +31 (0)6 341 20 610; E-mailadres: tamasadvocaat@gmail.com, KvK-nummer: 27333456.

Waarneming

74.Bij ziekte, overlijden of langdurige afwezigheid van de advocaat, mr. drs. Emil Tamas wordt de praktijk overgenomen door advocaat, Mr. Drs. R. Dhalganjansing, handelende onder de naam Advocatenkantoor Mr. Drs. R. Dhalganjansing, gevestigd aan de Calliopestraat 562511GH’s-Gravenhage, tel. 070 345 3433, e-mail: advocaatdhalganjansing@hotmail.com, Website: http://www.dhalganjansing.com.

Toepasselijk recht en forumkeuze

75.Op de overeenkomst van opdracht tussen Tamas Advocatuur en de cliënt is het Nederlandse recht van toepassing.

Publicering

76.De Algemene Voorwaarden van Tamas Advocatuur zijn gepubliceerd op de website van Tamas Advocatuur: www.tamasadvocatuur.nl.

 

 

BIJALGE I: Kantoorklachtenregeling Tamas Advocatuur

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In deze kantoorklachtenregeling wordt verstaan onder:

- klacht: iedere schriftelijke uiting van ongenoegen van of namens de cliënt jegens Tamas Advocatuur over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening, de hoogte van de declaratie, het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, niet zijnde een klacht als bedoeld in paragraaf 4 van de Advocatenwet;

- klager: de cliënt, diens vertegenwoordiger of een derde met een rechtstreeks belang die een klacht kenbaar maakt;

- klachtenfunctionaris: mr. drs. R. Dhalganjansing, werkzaam bij Advocatenkantoor Mr. Drs. R. Dhalganjansing, gevestigd aan de Calliopestraat 562511GH’s-Gravenhage, tel. 070 345 3433, e-mail: advocaatdhalganjansing@hotmail.com, Website: http://www.dhalganjansing.com

Artikel 2 - Bereik

1. Deze kantoorklachtenregeling is van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht tussen Tamas Advocatuur en de cliënten.

2. Klachten van een schuldenaar over Tamas Advocatuur als verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden vallen ook onder het bereik van deze klachtenregeling, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, en artikel 13, vijfde lid, van de Wet kwaliteit incassodienstverlening.

3. Tamas Advocatuur draagt zorg voor klachtafhandeling conform de kantoorklachtenregeling.

Artikel 3 - Doelstellingen

Deze kantoorklachtenregeling heeft tot doel:

a. het vastleggen van een procedure om klachten van cliënten binnen een redelijke termijn op een constructieve wijze af te handelen;

b. het vastleggen van een procedure om de oorzaken van klachten van klagers vast te stellen;

c. voorzien in een wettelijke plicht, behoud en verbetering van bestaande relaties door middel van goede klachtenbehandeling;

d. medewerkers te trainen in cliëntgericht reageren op klachten;

e. verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening met behulp van klachtbehandeling en klachtanalyse.

Artikel 4 - Informatie bij aanvang dienstverlening

1. Deze kantoorklachtenregeling is openbaar gemaakt op de website van Tamas Advocatuur ww.tamasadvocatuur.nl. als Bijleg 1 van de Algemene voorwaarden. Tamas Advocatuur wijst cliënten voor het aangaan van de overeenkomst van opdracht dat Tamas Advocatuur een Kantoorklachtenregeling hanteert en dat deze van toepassing is op de dienstverlening.

2. Tamas Advocatuur heeft in de algemene voorwaarden alsmede in de bijlagen van de algemene voorwaarden opgenomen dat klachten als bedoeld in artikel 1 van deze kantoorklachtenregeling, die na behandeling niet zijn opgelost, worden voorgelegd aan Geschilleninstantie Advocatuur worden voorgelegd .

Artikel 5 - Interne klachtprocedure

1. Indien een klager Tamas Advocatuur benadert met een klacht, dan wordt de klacht doorgeleid bij Mr. Drs. R. Dhalganjansing advocaat bij Advocatenkantoor Mr. Drs. R. Dhalganjansing, gevestigd aan de Calliopestraat 562511GH’s-Gravenhage, tel. 070 345 3433, e-mail: advocaatdhalganjansing@hotmail.com, Website: http://www.dhalganjansing.com, die optreedt voor Tamas Advocatuur als klachtenfunctionaris.

2. Deze klachtenfunctionaris stelt Tamas Advocatuur in kennis van het indienen van de klacht en stelt de klager en Tamas Advocatuur in de gelegenheid een toelichting te geven op de klacht.

3. Tamas Advocatuur tracht samen met de klager tot een oplossing te komen al dan niet na tussenkomst van de klachtenfunctionaris.

4. De klachtenfunctionaris handelt de klacht af binnen vier weken na ontvangst van de klacht of doet met opgave van redenen mededeling aan de klager over afwijking van deze termijn met vermelding van de termijn, waarbinnen wel een oordeel over de klacht wordt gegeven.

5. De klachtenfunctionaris stelt de klager en Tamas Advocatuur schriftelijk op de hoogte van het oordeel over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen.

6. Indien de klacht naar tevredenheid is afgehandeld, tekenen de klager, de klachtenfunctionaris en Tamas Advocatuur het oordeel over de gegrondheid van de klacht.

Artikel 6 - Geheimhouding en kosteloze klachtbehandeling

1. De klachtenfunctionaris en Tamas Advocatuur nemen bij de klachtbehandeling geheimhouding in acht.

2. De klager is geen vergoeding verschuldigd voor de kosten van de behandeling van de klacht.

Artikel 7 - Verantwoordelijkheden

1. De klachtenfunctionaris is verantwoordelijk voor de tijdige afhandeling van de klacht.

2. Tamas Advocatuur houdt de klachtenfunctionaris op de hoogte over eventueel contact en een mogelijke oplossing.

3. De klachtenfunctionaris houdt de klager op de hoogte over de afhandeling van de klacht.

4. De klachtenfunctionaris houdt het klachtdossier bij.

Artikel 8 - Klachtregistratie

1. De klachtenfunctionaris registreert de klacht met daarbij het klachtonderwerp.

2. Een klacht kan in meerdere onderwerpen worden ingedeeld.

3. De klachtenfunctionaris brengt periodiek verslag uit aan Tamas Advocatuur over de afhandeling van de klachten en doet aanbevelingen ter voorkoming van nieuwe klachten, alsmede ter verbetering van procedures.

4. Minimaal eenmaal per jaar wordt de verslagen en de aanbevelingen op het advocatenkantoor Tamas Advocatuur besproken en ter besluitvorming voorgelegd.

 

 

BIJALGE II: De tuchtrechtspraak voor Tamas Advocatuur conform artikelen 46 t/m 60aa Advocatenwet

1. Klachten tegen Tamas Advocatuur, dienen schriftelijk te worden ingediend bij de deken van de Haagse Orde van Advocaten (hierna: deken). Indien de klager daarom verzoekt, is de deken hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht. Indien een ingediende klacht verduidelijking behoeft, is de deken de klager daarbij op diens verzoek behulpzaam. Als de klager bij indiening van de klacht daarom verzoekt, brengt de deken deze onmiddellijk ter kennis van de raad van discipline. De deken informeert de klager hierover bij de indiening van de klacht.

Deken en de Raad van Discipline

2. Nu Tamas Advocatuur gevestigd en kantoor houdt in arrondissement Den Haag, thans in Wassenaar aan Raaphorstlaan 25 F215 Postcode 2245 BH , wordt de tuchtrechtspraakbevoegdheid in de eerste aanleg uitgeoefend door de Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: raad van discipline). Als de klacht is ingediend tegen de advocaat, maar betrekking heeft op meerdere advocaten, die in verschillende ressorten kantoor houden of indien tussen klachten een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen, kan het hof van discipline een raad van discipline aanwijzen die de klacht, dan wel de klachten behandelt.

3. De deken stelt een onderzoek in naar elke bij hem ingediende klacht. De deken is ook bevoegd een bij hem ingediende klacht te verwijzen naar een lid van de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Den Haag, ten einde haar te onderzoeken en af te handelen.

4. Na onderzoek en afhandeling brengt de deken, de klacht ter kennis van de raad van discipline. Deze raad van discipline draagt zorg voor voldoende bekendmaking van de plaats en de tijd waarop de deken, of, bij zijn ontstentenis of verhindering, zijn plaatsvervanger, zitting houdt.

5. De deken tracht steeds de klacht in der minne te schikken, tenzij de klacht onmiddellijk aan de raad van discipline ter kennis wordt gebracht. Als er wel een minnelijke schikking mogelijk blijkt, wordt deze op schrift gesteld en door de klager, de advocaat en de deken ondertekend. Door een aldus vastgestelde minnelijke schikking vervalt de bevoegdheid van de klager om de terkennisbrenging van de klacht aan de raad van discipline te verlangen.

6.  Als er na drie maanden na de indiening van de klacht bij de deken geen minnelijke schikking is bereikt, kan de klager de deken verzoeken de klacht ter kennis van de raad van discipline te brengen. De deken brengt de klacht steeds ter kennis van deze raad van discipline als er aannemelijk is, dat een minnelijke schikking niet kan worden bereikt, of als naar zijn oordeel de inhoud van de klacht een minnelijke schikking ongewenst of onmogelijk maakt. De deken informeert de klager hierover bij de indiening van de klacht.

7. De deken brengt de klacht schriftelijk ter kennis aan de raad van discipline en stelt de advocaat en de klager daarvan schriftelijk op de hoogte. De klacht kan elektronisch naar de raad van discipline worden gezonden voor zover de raad van discipline kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. De artikelen 2:14 tot en met 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «bestuursorgaan» wordt gelezen: raad van discipline.

8. De klacht wordt gedagtekend en ondertekend en bevat ten minste: a.de naam en het adres van de klager; b.de naam en het werkadres van de advocaat tegen wie de klacht zich richt, voor zover bekend bij de klager; c. een zo duidelijk mogelijke omschrijving van de klacht en van de feiten waarop deze rust. Tegelijkertijd met de klacht worden ook alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de raad van discipline overgelegd. In de klacht wordt vermeld of de klacht voordien is voorgelegd aan mr. drs. R. Dhalganjansing (zie interne klachtenprocedure), of aan de Geschillencommissie Advocatuur. Als zulks niet het geval is geweest, wordt indien mogelijk de reden daarvoor in de klacht vermeld. Indien zulks wel het geval is geweest, wordt de uitkomst van de procedure vermeld, zo mogelijk met bijvoeging van de relevante stukken. Als de deken op grond van zijn onderzoek van oordeel is dat de klacht kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan hij dat met redenen omkleed meedelen aan de klager, de advocaat en de raad van discipline. De raad van discipline kan de klacht ambtshalve aanvullen.

9.  Alvorens een klacht ter kennis van de raad van discipline te brengen heft de deken de klager een griffierecht van € 50. Het griffierecht komt ten bate van de raad van discipline. De deken wijst de klager op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op het daartoe bekend gemaakte bankrekeningnummer. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 46n, tweede lid, van de Advocatenwet kan als onderdeel van de minnelijke schikking door partijen worden bepaald dat het door klager betaalde griffierecht wordt vergoed door de advocaat. Indien de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, wordt het door de klager betaalde griffierecht vergoed door de betrokken advocaat. Er wordt echter geen griffierecht geheven indien de klacht afkomstig is van de deken.

10.  Als de deken buiten het geval van een klacht op de hoogte is gebracht van bezwaren tegen een advocaat, kan hij deze ter kennis van de raad van discipline brengen. Hij stelt daarvan de advocaat tegen wie de bezwaren zijn gerezen schriftelijk op de hoogte.

11. De griffier van de raad van discipline zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de klacht, de daarbij gevoegde stukken en eventuele aanvullingen daarop aan de advocaat en de deken. 

12. Een klacht wordt door de voorzitter van de raad van discipline niet-ontvankelijk verklaard als: a als de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft; of b voor zover deze betrekking heeft op een gedraging waarvoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 45g, eerste lid van de Advocatenwet. Ten aanzien van een na afloop van de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn ingediende klacht blijft niet-ontvankelijk verklaring op grond daarvan achterwege als de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

13. Een klacht kan ook niet-ontvankelijk worden verklaard: a als niet is voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de klacht, mits de klager de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen (zie art. 46g eerste lid aanhef en onder a van de Advocatenwet); of b. als de klacht betrekking heeft op de hoogte van een declaratie en een geschil daarover reeds is of kan worden voorgelegd aan een klachten- of geschilleninstantie als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, van de Advocatenwet of waarvoor deze weg heeft open gestaan.

14. Tegen een beslissing als bedoeld in artikel 46g, eerste lid, aanhef en onder a, van de Advocatenwet kunnen de klager, de advocaat en de deken binnen dertig dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk gemotiveerd verzet doen bij de raad van discipline. Alvorens te beslissen op het verzet, stelt de raad van discipline alle betrokken partijen in de gelegenheid te worden gehoord. Het verzet wordt behandeld in een samenstelling van de raad waarvan degenen die de in het eerste lid bedoelde beslissing hebben genomen geen deel uitmaken. De beslissing op verzet is met redenen omkleed en strekt tot: a niet-ontvankelijkverklaring van het verzet; b ongegrondverklaring van het verzet; of c gegrondverklaring van het verzet.

15. Als de raad van discipline het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de beslissing waartegen verzet was gedaan in stand. Als het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de beslissing waartegen verzet was gedaan en wordt de behandeling van de zaak voortgezet.

16. Tegen de beslissing op verzet staat geen rechtsmiddel open. 

17. De raad van discipline kan onmiddellijk uitspraak doen op de klacht, als het verzet gegrond is en nader onderzoek of nadere behandeling redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de klacht.

18. Als de klacht zich naar het oordeel van de voorzitter van de raad van discipline daartoe leent, en uit de klacht blijkt dat de klacht nog niet is voorgelegd aan een instantie, die bevoegd is kennis te nemen van klachten of geschillen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, van de Advocatenwet, kan de voorzitter besluiten de klacht in handen te stellen van de bevoegde instantie. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de klager, de advocaat en de deken. De stelt in dit geval de op de zaak betrekking hebbende stukken in handen van de klachten- of geschilleninstantie. De beslissing schorst de termijn, bedoeld in artikel 46g, eerste lid, onder a. van de Advocatenwet. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

19. Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat: a.de raad kennelijk onbevoegd is; b.de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is; c.de klacht kennelijk ongegrond is; of d.de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is. De beslissingen worden met redenen omkleed. 

20. De voorzitter van de raad van discipline kan de advocaat in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na de dag van verzending van het afschrift van de klacht een verweerschrift in te dienen. De griffier van de raad van discipline zendt een afschrift van het verweerschrift aan de klager en de deken. De voorzitter van de raad van discipline kan de klager in de gelegenheid stellen te repliceren binnen vier weken na verzending van een afschrift van het verweerschrift. De griffier zendt een afschrift van de repliek aan de advocaat, alsmede aan de deken. De voorzitter van de raad van discipline kan de advocaat in de gelegenheid te stellen te dupliceren binnen een termijn van vier weken na verzending van een afschrift van de repliek. De griffier zendt een afschrift van de dupliek aan de klager en de deken. De voorzitter kan deze termijnen verlengen of deze termijnen op een ander moment laten aanvangen, indien hem blijkt dat daartoe in redelijkheid aanleiding bestaat.

21. De voorzitter van de raad van discipline kan ook een vooronderzoek gelasten en het vooronderzoek overdragen aan de deken, tenzij hij gronden aanwezig acht om het onderzoek op te dragen aan: a.de deken van een andere orde; b. een plaatsvervangend voorzitter; c. een of meer leden of plaatsvervangende leden van de raad van discipline; of d.de griffier.

22. De voorzitter van de raad van discipline bepaalt de omvang van het vooronderzoek. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan de in de klacht vermelde feiten. De vooronderzoeker kan de voorzitter verzoeken de omvang van het vooronderzoek te wijzigen, binnen de grenzen van de klacht zoals deze op dat moment luidt. Het onderzoek wordt gesloten door het uitbrengen van een verslag aan de voorzitter door de vooronderzoeker. De voorzitter van de raad van discipline kan ook besluiten, dat het vooronderzoek wordt opgeschort of beëindigd voordat het verslag wordt uitgebracht.

23. De voorzitter van de raad van discipline kan de vooronderzoeker aanwijzingen geven. Op het vooronderzoek en de vooronderzoeker zijn de artikelen 5:13 tot en met 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Bij het opdragen van een vooronderzoek bepaalt de voorzitter welke bevoegdheden de vooronderzoeker namens de raad kan uitoefenen.

24. Ten behoeve van het verrichten van vooronderzoek door de vooronderzoeker zijn de advocaat, en andere personen die betrokken zijn bij de beroepsuitoefening, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 11a. van de Advocatenwet. In dat geval geldt voor de betrokken vooronderzoeker een geheimhoudingsplicht, gelijk aan die in bedoeld in artikel 11a, en is artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

25. Bij het verrichten van het vooronderzoek wordt een afschrift van de last tot het verrichten van het onderzoek zo mogelijk aan de advocaat getoond. De vooronderzoeker stelt de klager en de advocaat in de gelegenheid te worden gehoord. Een lid of plaatsvervangend lid van de raad dat een vooronderzoek in een zaak heeft verricht, neemt op straffe van nietigheid van de beslissing van de raad van discipline in die zaak geen deel aan de behandeling van die zaak ter zitting.

26. De voorzitter van de raad van discipline kan de vooronderzoeker opdragen te onderzoeken of de klacht minnelijk kan worden geschikt. Voorts kan de voorzitter van de raad van discipline tot het moment waarop de raad uitspraak doet onderzoeken of de klacht minnelijk kan worden geschikt. Als er een minnelijke schikking van de klacht mogelijk blijkt, wordt deze op schrift gesteld en ondertekend door de klager en de advocaat. Een afschrift daarvan wordt gezonden aan de griffier van de raad van discipline, alsmede aan de deken en het college van toezicht. Met het ondertekenen van de minnelijke schikking wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken. 

27. De klager kan zijn klacht tot aan de uitspraak door de raad van discipline intrekken. De griffier van de raad van discipline zendt een afschrift hiervan aan de advocaat en, voor zover hij niet de klager was, aan de deken. Als de klacht wordt ingetrokken, wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzij: a.de advocaat schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling te verlangen, of b.de raad om redenen van algemeen belang beslist dat de behandeling van de klacht wordt voortgezet.

28. De raad van discipline neemt een beslissing tot voortzetting van de behandeling van een klacht om redenen van algemeen belang niet, dan nadat hij de advocaat en, voor zover hij niet de klager was, de deken, de gelegenheid heeft geboden tot het innemen van een standpunt hierin. Als er om redenen van algemeen belang wordt beslist tot voortzetting van de klacht, kan de raad van discipline bepalen, dat de deken voor het vervolg van de zaak als klager wordt aangemerkt. Als de advocaat overlijdt, wordt de behandeling van de klacht gestaakt. Als de klager overlijdt, kan de raad van discipline om redenen van algemeen belang beslissen dat de behandeling van de klacht wordt voortgezet. Tegen een beslissing tot voortzetting van de behandeling van een klacht staat geen zelfstandig rechtsmiddel open.

29. Niemand kan andermaal tuchtrechtelijk worden berecht voor een handelen of nalaten waarvoor ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Deze bepaling is niet van toepassing: a als over het handelen of nalaten een klacht is ingediend en tevens toepassing wordt gegeven aan artikel 60ab, eerste en tweede lid van de Advocatenwet; b. als toepassing is gegeven aan artikel 60ab, eerste en tweede lid, van de Advocatenweten op de voet van artikel 60ab, vijfde lid, van de Advocatenwet alsnog een klacht over het betrokken handelen of nalaten wordt ingediend. Als nadien de klacht gegrond wordt verklaard, wordt bij het bepalen van de maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Advocatenwet rekening gehouden met de reeds opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk of voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening.

30. Ook als aan een advocaat als gevolg van een maatregel is geschorst in de uitoefening van de praktijk of tegen hem een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening is getroffen, blijft betrokkene onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij werkzaam was in de uitoefening van het beroep. Advocaten die niet meer als zodanig zijn ingeschreven blijven ook onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat zij ingeschreven waren.

31. De beslissingen van de raad van discipline over de voorgelegde klachten zijn met redenen omkleed en worden in het openbaar uitgesproken, alles op straffe van nietigheid.

32. De maatregelen die bij gegrondverklaring van een klacht kunnen worden opgelegd, zijn: a. een waarschuwing; b. een berisping; c. een geldboete; d. de schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van ten hoogste een jaar; of e.de schrapping van het tableau. De maatregel van een geldboete kan gelijktijdig worden opgelegd met een andere maatregel.

33. De raad kan bepalen dat, ondanks de gegrondverklaring van een klacht, geen maatregel wordt opgelegd. De raad van discipline kan bij de beslissing houdende oplegging van een maatregel ook besluiten tot openbaarmaking van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij berust, op de door hem te bepalen wijze.

34. Als de raad van discipline de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart en een matregel oplegt, kan hij in zijn beslissing opnemen dat de kosten, of een deel daarvan, die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, door de advocaat aan de klager worden vergoed en de kosten, of een deel daarvan, die ten laste komen van de Nederlandse orde van advocaten in verband met de behandeling van de zaak, door de advocaat aan de Nederlandse orde van advocaten worden vergoed. 

35. De geschorste advocaat mag gedurende de schorsing de titel van advocaat niet voeren. Schorsing in de uitoefening van de praktijk brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van advocaat vereiste voor verkiesbaarheid of benoembaarheid is.

36. De raad van discipline spreekt, als de klager daarom verzoekt, in zijn beslissing steeds met redenen omkleed uit of de advocaat jegens hem de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt. De raad kan een dergelijke uitspraak, indien hij daartoe voldoende grond aanwezig acht, ook ambtshalve doen.

37. Bij de oplegging van de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk kan de raad van discipline daarbij zowel ten aanzien van deze maatregel als van het verbod om de titel van advocaat te voeren bepalen, dat deze maatregel geheel of voor een door de raad van discipline te bepalen gedeelte niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de raad van discipline later anders mocht bepalen op grond dat de betrokken advocaat zich vóór het einde van een in de beslissing aan te geven proeftijd aan een in artikel 46 van de Advocatenwet bedoelde gedraging heeft schuldig gemaakt, of een bijzondere voorwaarde welke in de beslissing mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd. De proeftijd beloopt ten hoogste twee jaren. Zij gaat in zodra de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

38. De geldboete, bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel c, van de Advocatenwet bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De beslissing tot oplegging van de geldboete bevat ook de termijn, waarbinnen en de wijze waarop het bedrag moet worden betaald. Op verzoek van de advocaat kan de voorzitter van de raad van discipline de termijn verlengen. Het bedrag van de opgelegde geldboete komt ten bate van de Staat. Wordt de boete niet voldaan binnen de gestelde termijn, dan kan de raad, na de advocaat in de gelegenheid te hebben gesteld daarover te worden gehoord, ambtshalve beslissen op deze grond een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder c, d of e, op te leggen.

39. De beslissing tot het opleggen van een geldboete levert een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd.

Hof van discipline

40. Er is maar een hof van discipline, dat is gevestigd in Gerechtsgebouw Midden-Nederland, Vrouwe Justitiaplein 1 te 3511 EX Utrecht (bij het Centrale Raad van Beroep). Het hof van discipline kan uit zijn midden kamers vormen voor het vervullen van zijn taak. Kamers kunnen ook buiten de vestigingsplaats zitting houden. 

41. Het hof van discipline waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek door de raden van discipline. Het kan zich de stukken doen overleggen en een termijn stellen, binnen welke de beslissing moet zijn genomen. Als een raad van discipline hieraan niet voldoet, kan het hof de behandeling van de zaak aan zich trekken en in het hoogste ressort beslissen.

42. Van de beslissingen van de raad van discipline kan gedurende dertig dagen na de verzending van het in artikel 50 van de Advocatenwet bedoelde afschrift hoger beroep worden ingesteld bij het hof van discipline door: a.de klager die ingevolge artikel 46c, eerste lid, de klacht heeft ingediend die tot de beslissing heeft geleid, indien de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard of bij gegrondverklaring van de klacht het verzoek, bedoeld in artikel 48, tiende lid, wordt afgewezen; b.de deken; c.de advocaat.

43. Van alle beslissingen van de raad van discipline kan voorts binnen dezelfde termijn hoger beroep worden ingesteld door de deken van de algemene raad. Hij kan zich vooraf de stukken doen overleggen. Hij kan bij de uitoefening van deze bevoegdheden zich door een lid van de algemene raad doen vervangen.

44. Het beroep wordt ingesteld bij met redenen omklede memorie, in zevenvoud in te dienen bij de griffier van het hof van discipline en vergezeld van zes afschriften van de beslissing waarvan beroep. De griffier geeft van de instelling van het beroep onverwijld kennis aan de raad van discipline die de beslissing in eerste aanleg heeft genomen en, voorzover het hoger beroep niet door hem is ingesteld, aan de deken, aan het college van toezicht, aan de advocaat en aan de klager. Op verzoek van het hof van discipline legt de deken een verklaring over waaruit blijkt of tegen de advocaat, eerder tuchtrechtelijke klachten zijn ingediend. Als de advocaat eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, vermeldt de verklaring tevens de maatregel die is opgelegd.

45. Als een ingesteld hoger beroep wordt ingetrokken, bepaalt, voor het geval dat de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk is opgelegd, het hof van discipline, de dag waarop de maatregel aanvangt.

46. De voorzitter van het hof van discipline kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde beroepen, alsmede beroepen die naar zijn oordeel niet zullen leiden tot een andere beslissing dan die van de raad van discipline, binnen dertig dagen nadat zij zijn ingesteld, bij met redenen omklede beslissing afwijzen. De voorzitter kan zich bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden doen vervangen door een plaatsvervangend voorzitter, lid van de rechterlijke macht.

47. Het hof van discipline beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de klager, de advocaat en degene die het beroep heeft ingesteld. Het hof van discipline kan de deken en de deken van de algemene raad, voor zover deze klager zijn of het hoger beroep hebben ingesteld, de vooronderzoeker als bedoeld in artikel 46l, van de Advocatenwet alsmede de raad van discipline die de beslissing heeft genomen waartegen het hoger beroep zich richt, uitnodigen nadere inlichtingen te verschaffen.

48. Het hof van discipline onderzoekt op grondslag van de beslissing van de raad van discipline. Het hof van discipline kan mede oordelen over feiten die de raad van discipline niet voor een maatregel vatbaar heeft geacht, en kan door de raad van discipline onbewezen geachte feiten onderzoeken. Als het hof van discipline bij oplegging van de maatregel van schorsing beslist dat deze, overeenkomstig het in artikel 48a bepaalde, geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, wordt de beslissing over de tenuitvoerlegging overgelaten aan de raad van discipline die in eerste aanleg over de klacht heeft geoordeeld. 

49. De griffier van het hof van discipline zendt van de beslissing bij aangetekende brief onverwijld afschrift: a aan de advocaat; b. aan de deken van de algemene raad; c. aan de raad van discipline die de zaak in eerste aanleg heeft behandeld; d. aan de deken; e. aan het college van toezicht; f. als de beslissing in eerste aanleg werd gegeven krachtens een verwijzing als bedoeld in artikel 46a, derde lid, of een aanwijzing als bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, aan de voorzitter van de raad van discipline; g. als aan de advocaat die is ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand, een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, is opgelegd dan wel het hof van discipline toezending nodig acht, aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand; h. aan de klager.

50. De maatregelen van schorsing in de uitoefening van de praktijk en van schrapping van het tableau worden, zodra de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, door de griffier van de raad van discipline medegedeeld aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau.

 _____________________________________________________________________________________________________________________